Ik ben ziek. Ongeneeslijk ziek.
Tenminste, als ik mijn vrouw moet geloven. Als ik op zondagavond de 'Aanbiedingen'-tab in Firefox aanklik, notitieblok op schoot, en de weekaanbiedingen van Albert Heijn, Super de Boer, Hema, Kruidvat, Blokker en Lidl binnenrollen, bladert ze hoofdschuddend nog eens door het Volkskrant Magazine of de Psychologie. Folders op je computer bekijken die een dag later in de brievenbus vallen, mafkees! Maar zij heeft een hekel aan boodschappen doen en ik zal nooit meer gefrustreerd een winkel binnenlopen om te zien dat de aanbieding ergens anders toch scherper kon.
Het is nu exact twintig jaar geleden dat ik voor het eerst achter een Mac zat. In twintig jaar groeien krijsende baby’s uit tot elegante jonge vrouwen. Dorpen en steden kregen Vinex-wratten en torenflatcomplexen. Lelijk eendje DOS 6.11 veranderde in prachtige zwaan Windows Vista — in de ogen van de mensen die nog nooit Mac OS X hadden gezien, tenminste.
Het is ook exact tien jaar geleden dat ik het internet opging, met een 28k8-modem. De eerste bedrijven en uitgevers hadden hun eerste stappen op de fragiele draden van het wereldwijde web gezet. Journalisten schreven uitgebreid over online schaken met een tegenstander in Vladivostok, het downloaden van complete cd’s in mp3-formaat en opbloeiende internationale liefdes in chatboxen.
Verlossers en onheilspredikers bezongen en vervloekten om beurten het web. Ik floot in die tijd ook het relativerende uitgeversdeuntje mee dat tv, kranten, tijdschriften en boeken nooit verjaagd zouden worden door digitale media, met de genoegzame opmerking dat je natte schoenen niet kunt drogen met een computer, noch dat je er vis in kon verpakken.
In 2007 is de computer een onmisbaar onderdeel van mijn dagelijks bestaan geworden. O, ik kan best zonder. Er zijn dagen dat ik geen muis beroer. Maar steeds meer dingen verdwijnen uit mijn routine. De folders van de Makro heb ik al gelezen voor ze bezorgd worden en daarbij hebben de Winstpakkers hun glans verloren sinds ik kieskeurig.nl en de Pricewatch van tweakers.net heb ontdekt. Telefoonboek en Gouden Gids kunnen rechtstreeks naar het oud papier, ik kijk wel op spYderweb.nl. Het beschaafde ‘Geluid voor nieuwe post’ van Mail doet me meer dan het geklepper van de brievenbus en buiten een envelop of boodschappenlijstje schrijf ik niet meer met de hand. Teletekst lees ik in een pop-upvenstertje en ik kan me niet me herinneren wanneer ik voor het laatst ‘Het is hier geen bibliotheek!’ heb gehoord in een tijdschriftenwinkel, nu ik dagelijks powerpage.org, autoblog.nl, kijkmeaanalsik.com en dpreview.com raadpleeg. Antiquariaten en rommelmarkten bezoek ik niet meer, ik kijk wel op marktplaats.nl. Als het tonerlampje van mijn laserprinter brandt, zoek ik de goedkoopste leverancier, betaal met iDeal (TAN-code komt via gratis sms binnen) en de andere dag levert een besteldienst een doos met cartridges af. Belastingaangiftes, verzekeringen, abonnementen, solliciteren, tickets boeken, het gaat tegenwoordig met een Mighty Mouse-klik.
En ik vind het allemaal heel normaal en ik zou het nooit meer anders willen.

Het is niet dat ik de boot gemist heb. Ik zit op een andere.
Het is grappig om te zien hoe snel technologische vernieuwingen de normaalste zaak van de wereld voor je worden. Ik zat tien jaar geleden ook ironisch te doen over mensen die bij de bakker naar huis belden en nu ben ik vergroeid met mijn gsm. Een hotel boeken in New York, duizend cd’s op je harde schijf, inkopen doen in Heidelberg, mijn doka bij het grof vuil en de Tipp-ex naar de chemokar: ik had twintig jaar geleden nooit verwacht dat mijn Mac me daar naartoe zou brengen.
De krantenuitgevers die hoogmoedig zeiden dat je schoenen niet met een computer kon drogen hadden gelijk – al bereik ik met mijn MacBook bevredigende resultaten – maar internet blijkt niet het gevaar, het zijn de gratis dagbladen op kattenbakformaat.
Apple heeft de afgelopen jaren bewezen dat het zinloos is voorspellingen te doen over het computerlandschap van over twintig jaar. Dus hoe ik op pensioengerechtigde leeftijd de meterstanden doorgeef of het nieuws tot me neem valt in het koffiedik niet te zien. Waarschijnlijk mopper ik dan dat betalen met je gsm en in hersenen geïmplanteerde elektrodes voor digitale tv alleen maar oude wijn in nieuwe zakken is en dat ze echte vernieuwingen maar aan het jonge volk moeten overlaten.
Ik ben niet ziek. Ik ben geen virtuele burgerman. Ik ben gewoon een levensechte zeikerd.

