‘Een ezel stoot zich in het gemeen geen twee keer aan dezelfde steen’, luidt het spreekwoord. Je krijgt het meestal pesterig toegevoegd als je een fout herhaalt, terwijl ezels, symbool van de domheid, dat zelden doen.
De ezels worden in de computerwereld meestal van stal gehaald als iemand voor de tweede keer alles kwijtraakt door niet te backuppen. Of voor de derde keer.
Pomtiedom.
Het was bijna weer zover, ja. En het was mijn eigen domme schuld: ik was ‘penny wise and pound foolish’.
Recentelijk gooide mijn jongste de koffie verkeerd van mijn vrouw over haar iBook. De schade leek beperkt tot bruine vlekken, maar in tegenstelling tot scherven brengen die geen geluk: de harde schijf hield er na een dag mee op. Gelukkig had ik me ooit een pc-verzekering van de Postbank laten aansmeren, die me keurig de getaxeerde schade uitkeerde (minus eigen risico). Zelf de harde schijf van een iBook vervangen is een tantaluskwelling, dus bracht ik het ding naar Card Services. Daar had men mij geadviseerd zelf een schijf uit te zoeken bij een online-winkel, omdat die vaak goedkoper konden leveren dan zij konden inkopen. Een dag later had mijn vrouw een iBook met een 60 GB harde schijf. Men was zelfs zo vriendelijk geweest er OS X 10.4 op te zetten.
Ieder vist op zijn getij, dus ik ging dus onmiddellijk Tiger op mijn Pismo zetten. ‘Finders keepers’, dacht ik vergenoegd. Met Carbon Copy Cloner kopieerde ik 10.4 naar mijn externe backupschijf MaxJack. Daarna herstartte ik meteen de boel vanaf MaxJack om te kijken hoe snel dat was, Tiger op een Pismo. Maar die haring braadde niet. CCC had een paar bestanden overgeslagen en dat leek me niet zo belangrijk. Dat was een vergissing. Hardlopers zijn doodlopers: ik kreeg een kernel panic, voor het eerst in 15 maanden OS X. Na herstart bleek MaxJack onbenaderbaar en niet meer te repareren wegens een ongeldig BSD-systeem. Boontje komt om zijn loontje.
In principe is MaxJack een backupschijf, maar in de praktijk staan er dus ook honderden cd’s in mp3- en m4a-formaat op. 27 GB, 5.000 songs en enkele honderden euro’s aan leengeld (ik ‘download’ in de platenbieb). Geen man overboord, maar ik dacht, als ik dit kan terughalen ben ik toch blij.
Maar hoe?

Ik ging niet bij de pakken neerzitten. Omdat ik het principe aanhang dat je op één been niet kunt staan had ik gelukkig die iBook waarmee alle onheil was begonnen. Maar je moet geen hei roepen voor je de brug over bent. Ik koppelde de Pismo in Target-mode aan de iBook, waarna de hele boel bleef hangen. En toen zag ik het licht. Ik startte de iBook in OS 9 op daar verscheen de harde schijf uit mijn Pismo! Geen water is me te diep dus ik verloste de Pismo van OS X en startte hem opnieuw op in 9.2.2. Nooit gedacht dat ik dat OS 9 opstartscherm nog eens juichend zou begroeten. Maar wie zijn billen brandt moet op de blaren zitten.
Om geen enkel risico te lopen hing ik toen mijn tweede backupschijf LaJack aan mijn Pismo (wat ik natuurlijk de eerste keer had moeten doen, haastige spoed is zelden goed), backupte, formatteerde, installeerden en herplaatste alles, downloadde alle updates en ik kon weer aan de slag. Elk nadeel heb ze voordeel, want mijn Pismo was meteen een stuk sneller.
Maar ik kon nog niet op mijn lauweren rusten, ik zat nog steeds met die onbenaderbare MaxJack waar tot mijn afgrijzen steeds meer bestanden op geparkeerd bleken dan ik eerst dacht.
Behulpzame nl.comp.sys.mac-bezoekers raadden me Data Rescue aan en onder dezelfde voorwaarden startte ik LimeWire weer op om dat te downloaden. Na installatie vond het programma onmiddellijk MaxJack. Ik recoverde een paar proefbestanden en die waren in orde. En toen ging het programma aan de slag.
Het is ongelofelijk hoeveel bestanden er op een harde schijf van 160 GB passen: de teller stopte na deze sisyfusarbeid pas bij 451.000 (inclusief alle gewiste bestanden). Toen was ik twaalf uur verder. Maar de gestadige jager wint. De andere ochtend deed ik weer een paar proeven, waarna alles teruggehaald werd naar LaJack, wat wederom 12 uur kostte. En daarna moest alles weer terug van LaJack naar MaxJack.
De hele grap kostte ruim 48 uur, waarvan ik gelukkig 16 uur geslapen heb. Ik had het kunnen weten. Ik steek de hand in eigen boezem: ‘finders keepers’ gaat verder met ‘losers weepers’.
Ik ben door het oog van de naald gekropen. Een man een man, een woord een woord, dus ik heb een officiële versie van Data Rescue in huis. DiskWarrior heb ik gewist, eerlijk duurt het langst. Mij kan niets meer gebeuren. Ik vind voortaan alles terug. Dat is handig, want ik heb na 14 maart geen back-ups meer gemaakt. De weg naar de hel is immers geplaveid met goede voornemens. En verdronken kalveren.
Een ezel stoot zich misschien zelden meer dan eens aan dezelfde steen, maar gezien het feit dat ezels in de wei staan te herkauwen en mensen de dienst op aarde uitmaken, is het blijkbaar helemaal niet zo erg voortdurend dezelfde fout te maken. Want als je alles van te voren weet ga je liggen voor je valt.

