De koelkast stonk. Ik had vlak voor de vakantie een flinke riblap laten ontdooien en daarbij was bloederig ontdooivocht in onverwachte ribbeltjes en groefjes terechtgekomen. Of misschien waren het de gamba's, die vergeten geraakt waren achter een pot zelden gebruikte tamarindepasta. In ieder geval, ik had met een in soda gedoopt microvezeldoekje de koelkast uitgesopt en dat leek te helpen. Maar na de vakantie, de schappen weer volgeladen met souvenir-eten, zette de lijkengeur weer op. Walgelijker dan ooit.
De koelkast is een modern no-frost apparaat. Je hoeft hem nooit te ontdooien, omdat ventilatoren de koude- en vrieslucht rondpompen. Ik nam dus aan dat er viezigheid in de ventilatiespleten zat. Of dat er een dode muis onder de koelkast lag, of misschien erín gekropen was. Ik schroefde de achterkant eraf. Stof zag ik wel, maar niets dat dood lag te zijn.
Ondertussen lagen de glasplaten in bad te weken in de biotex en boende ik alles weer schoon, elk potje zette ik blinkend terug. De groentelades waren als laatste aan de beurt. En in een van die lades lag al twee weken de driekwart camembert die twaalf uur op kamertemperatuur in de auto had gelegen, maar die 'nog wel kon'. Stinkend als een overreden stinkdier in de zomerzon.
Afijn, nog nooit was de koelkast zo schoon, zowel van binnen als van buiten.

Soms is een probleem niet op te lossen omdat je eigenlijk een ander probleem probeert op te lossen. Een van mijn obsessies – weet de regelmatige lezer – is het aan de praat krijgen van draagbare harde schijven via de USB2.0-poort van mijn MacBook. Dat is van begin af aan problematisch geweest, naar ik aannam omdat die niet voldoende voeding leverde. Ik heb daarom geďnvesteerd in 2,5"-behuizingen met FireWire. Dat kost een paar centen, maar het werkt tenminste feilloos.
Afgelopen zomer was ik in Spanje op bezoek bij mijn zus, die sinds kort een 15" MacBook Pro heeft. Ik had een USB2.0-behuizing bij me, met daarin de harde schijf uit mijn eigen MacBook, die maar weer eens bij de reparateur lag. Ik nam aan dat een MacBook Pro uit 2008 wél fatsoenlijke USB-poorten had. Ik leende een USB-kabel van mijn zus en jawel, het werkte keurig zoals het hoort. Een paar dagen later probeerde ik het nog eens. Nu draaide de harde schijf niet. Maar waarom? Het drong opeens tot me door. Ik had mijn eigen mini-USB-kabel gebruikt. Ik leende de hare weer en jawel hoor. Probleem opgelost.
Ik heb de afgelopen jaren zeker tien van die USB-naar-mini-USB-kabels verzameld en ik ging ervan uit dat die gewoon goed waren. Terug in Nederland heb ik ze allemaal eens uitgeprobeerd en uiteindelijk was er één kabeltje dat niet voor problemen zorgde. De rest was prima voor dataoverdracht, maar busvoeding geven, ho maar. Zelfs die met een extra stekkertje eraan, om extra voeding te trekken. Afijn, nog nooit was de lade met kabels zo leeg.
Het is verleidelijk USB de schuld te geven, of de makers van USB2.0-behuizingen, of Apple, of Microsoft (gewoon, omdat we dat gewend zijn), maar het ligt dus aan de goedkope kabeltjes die meegeleverd worden. Tijd voor holistische kabels van polykristallijn koper met keramisch aangegoten vergulde pluggen.
Die kleine pestkabeltjes zijn een metafoor voor computerproblemen. Terwijl je druk bezig bent met busvoeding, externe behuizingen en zelfs overweegt voortijdig een andere Mac aan te schaffen, zie je het voor de hand liggende over het hoofd. Terwijl ik dat had moeten weten. Ik heb jarenlang de litanie van Windows-gebruikers over hun problemen opgelost met de oplossing van het probleem dat ze eigenlijk hadden: 'Koop een Mac.'

