Harry is dood. Hij heeft de gezegende leeftijd van achttien jaar bereikt. Dat was eigenlijk al twee jaar langer geleefd dan zinvol was. Achttien jaar is oud voor een kat. In mensenjaren is dat keer zeven. 126 jaar klinkt meteen heel anders.
De laatste twee jaar was hij sterk vermagerd door een hyperactieve schildklier. We hadden hem daar al een keer aan laten opereren, maar dat hielp niet. Hij at per dag ongeveer de helft van zijn lichaamsgewicht en hij poepte ongeveer dezelfde hoeveelheid per dag weer uit. 's Nachts poepte hij de kattenbak vol en wat er niet meer inpaste legde hij onder tafel of op de deurmat. Liefst op de krant. Elke ochtend was het weer een verrassing hoe het er uit zou zien als we beneden kwamen.
Eigenlijk was hij niet leuk meer. Hij was onrustig. Hij stonk. Hij jankte om eten zo gauw hij je zag. Het was niet meer de Harry die ik in mijn column 'OS X Harry' (MacFan 50, januari/februari 2004) beschreef. In die column mopper ik als verstokte MacOS 9.2.2-gebruiker op de eigenaardigheden van OS X, met permissies, administrators, het dock en de angstaanjagende command line:
"Al die OS X versies die genoemd zijn naar jachtmachines die topsnelheden halen en lenig met een vers gedode prooi een boom in klimmen hoef ik even niet. Het zijn gevaarlijke beesten, die roofkatten, voor je het weet hebben ze je met nekbeet vast en ben je aan ze overgeleverd. Ik wil een OS X dat snorrend bij je op schoot komt liggen, je trouw achternaloopt als je richting koelkast loopt. Dat nooit te vermoeid is om je kopjes te geven en alleen met heel voorzichtig bijten je aandacht vraagt. En dat af en toe een lekker sappig muisje voor je meebrengt. Zogauw OS X zo'n herkenbaar braaf en gedwee besturingssysteem als onze kat Harry, dan ben ik over.... Liefst voor de 100ste MacFan."
Goh. Dat deed hij inderdaad, je heel voorzichtig bijten als je net deed alsof je hem niet hoorde. Lekker op schoot in slaap vallen. Kopjes geven. Je een uur lang aanstaren.
…
We missen hem.
Afscheid nemen is herinneringen ophalen. Ik las dan ook met een glimlach de rest van de column uit begin 2004, bijna zes jaar geleden, over. Met onverholen koppigheid schrijf ik daarin:
Voorlopig kan ik nog met OS 9.2.2. vooruit. Er zit geen airco in mijn Daf en er is geen plaats voor varifocusglazen in mijn montuur, maar ik kan er alles mee wat ik wil. Zo mis ik het zelf branden van dvd's nog niet en is mijn PowerBook na een crash binnen negentig seconden alweer aan de gang.
'Voorlopig' is allang voorbij. Een jaar later al was ik definitief over op X. En ook van de rest heb ik in de jaren daarna afscheid genomen. De PowerBook waarover ik schrijf kan geen YouTube-video's meer aan en in mijn bril zitten allang varifocusglazen. Ik brand dvd's bij het leven en werken met MacOS 9.2.2 voelt als een straf, of op zijn minst als een curieuze sentimental journey. Ik ben inmiddels zelfs al begonnen om de PowerPC uit te bannen. Alleen nog maar Intel-Macs in mijn huis.
Je hoort me ook niet meer mopperen op OS X. Wat een weldaad. Wat heerlijk dat één programma niet meer je hele computer laat vastlopen. En net als vroeger zit ik in programma's te peuren, laat ik ze hun pakketinhoud tonen om er dingen uit te verwijderen. Er is eigenlijk geen zak veranderd. En zo ingewikkeld is OS X helemaal niet.
De column in MacFan 50 eindig ik met de hoop dat er vóór het verschijnen van MacFan 100 een versie zal verschijnen die niet flitsend en agressief is als een roofkat, maar even volgzaam is als onze kat Harry. Tegen die tijd is OS X 10.9 dan aangekondigd, maar ik moet zeggen dat het er nu al aardig op begint te lijken. Eind dit jaar ga ik een nieuwe MacBook kopen met daarop Snow Leopard. Ik heb tot nu toe mijn Macs altijd PowerJack genoemd. De volgende noem ik Harry.


