Een iPhone* heeft meer rekenkracht dan de boordcomputer van de Apollo 11. De Apollo Guidance Computer (AGC), waarmee de eerste maanlanding werd uitgevoerd, had een 2,048 MHz processor en 2 KB RAM. Inderdaad 2 KB, het viermiljoenste van een 8GB iPhone*. De iPhone* heeft ook een 620 MHz processor, die dus ruim driehonderd keer sneller is dan de AGC.
Een iPhone* kan ook veel van de dingen die de Communicator uit de originele Star Trek serie (1966-1969) kan. En ook veel niet. Maar toen ik in 1968 naar Star Trek keek had ik nooit kunnen denken ooit zelf wereldwijd bereikbaar te zijn en met GPS mijn weg in een vreemde stad te kunnen vinden. En dat allemaal met een dingetje dat in mijn binnenzak past en dat ook mijn agenda en fotocamera kan zijn. Martin Cooper, een van de ontwerpers van de eerste mobiele telefoons, gaf toe zich te hebben laten inspireren door de Communicator, dus ik kan vast met mijn mobiele nog een keer naar Mars bellen. Mocht dat nodig zijn, ik ben meer iemand om vrienden op Venus te hebben.
In 1998 maakte ik mijn entree als MacFancolumnist. Steve Jobs had kort daarvoor zijn rentree gemaakt als hoofd van Apple, de klonen waren de nek omgedraaid, net zoals de Performa, de eMate en de Newton. Het was een enerverende tijd, in afwachting van OS X. Wij Macgebruikers geloofden de ‘Apple is dood’-litanieën niet. Goddank was ons wereldbeeld net zo simplistisch als dat van de Windows 98-gebruikers, want achteraf scheelde het weinig. Maar aan het eind van 1998 hadden we de PowerMac G3, de iMac, de iBook en de PowerBook G3. Een heerlijk overzichtelijke wereld, waarin we blabla over pc’s bestreden met de Megahertzmythe.
Hoe anders is die wereld nu.
Apple Computer heet nu Apple Inc. Het bedrijf dat ooit automatisch het woord ‘zieltogend’ aangeplakt kreeg bij elke vermelding, is nu een machtige speler geworden op het gebied van de verspreiding van digitale muziek en films, die regelmatig geneeliekroest wordt. De iPod heeft Apple übercool gemaakt. Zelfs bij de Gamma en de Kijkshop kan je iPod-accessoires kopen. Negentig procent van die iPods – als het al niet meer is – is aangeschaft door Windows-gebruikers. Wie had dat gedacht, Apple gered door de grijze overal achteraan hobbelende meute. Misschien zijn ze wel niet zo grijs. Gizmodo en Engadget wijden uitgebreid aandacht aan de producten van Apple en de Macintosh is nu nog maar één van de vier hardwarepoten van Apple.
iPod. iPhone*. AppleTV. Macintosh.

Ik kan het zelf amper meer bevatten. Heerlijk vind ik dat. Ik heb er al eerder over geschreven, maar laat me even. Het is immers feest, dit is MacFan 75, het platina nummer.
Van Apollo en Star Trek naar de iPhone* duurde veertig jaar. De Communicator was sciencefiction die ieder weldenkend mens amper in verband bracht met de krukkige zwart-wit tv-beelden van de maanlanding op 21 juli 1969 (20 juli Amerikaanse tijd). Dat er eens een mens op de maan zou staan was ooit even ondenkbaar als dat er zoiets als een iPhone* zou bestaan. Maar je ziet het. De werkelijkheid is inderdaad gekker dan elke fantasie: zoals een trots en inmiddels onwankelbaar Apple, dat in de afgelopen dertig jaar eigen of andermans uitvindingen succesvol op de markt wist te brengen (en er bijna aan ten onder ging). Van grafische interface tot iPod-sok, het diende allemaal tot inspiratie van anderen.
Tien jaar geleden had ik nooit gedacht dat 2 GHz, Dualcore, 2 GB, 1 TB en 1 Gbps ooit gewone termen zouden zijn voor een thuiscomputer. Noch dat ik nu nog steeds over Apple zou schrijven in MacFan — al komt dat ook omdat ik zelden meer dan een paar weken vooruit kijk en de bij mannen ingebakken lichte vorm van autisme ook meespeelt. Mevrouw Nouws verklaart me nog steeds voor gek dat ik van zoiets sufs als een computer lyrisch kan worden. Al tien jaar lang. Ze snapt het niet.
Maar ze heeft stiekem wel een beetje gelijk. Een miljard mensen moet rondkomen van een dollar per dag. Ook al koop je daarvoor in China aanzienlijk meer dan in de VS, een iPhone* heb je er niet voor. Het merendeel van de wereldbevolking heeft geen telefoon, geen televisie, geen internet, geen stromend water. Niemand die daar wakker ligt van de trend bij Apple dingen te ontwerpen met een accu die niet te verwisselen is (eerder van de trend van Westerse producenten kapotte accu’s in hun achtertuin te dumpen). Daaraan denken relativeert alles behoorlijk.
Je zou bijna vergeten dat er nog een leven buiten het draadloze netwerk is en voor je het weet ben je je sociale netwerk kwijt. De 620 MHz processor in je iPhone laat zien dat het eenvoudiger is een mens op de maan te zetten dan vriendschappen de te onderhouden.
*) Ja, ik weet dat de iPhone niet de eerste en enige smartphone is, maar dit blad heet niet voor niets MacFan.

