Dit is niet zomaar een
column. Dit is mijn vijftigste. Niet de eerste keer
dat ik de magische gouden grens passeer. Maar het is
wel de eerste keer dat ik acht jaar lang onafgebroken,
met dezelfde frequentie, voor hetzelfde blad stukken
schrijf. Hoera voor mezelf, MacFan en Albo
Helm.
'Hoe kun je in godsnaam acht
jaar lang over een en dezelfde computer schrijven?'
zei mevrouw Nouws verbijsterd toen ik aankondigde dat
ik niet gestoord mocht worden bij het schrijven van
mijn vijftigste MacFan-column.
Daar vergiste
ze zich. De iMac die nu voor 1.379 euro te koop staat
is een totaal andere iMac dan de iMac die kort na mijn
eerste column voor 1.484 euro (2.995 gulden) werd
geïntroduceerd. 512 MB RAM (32), 160 GB harde
schijf (4 GB), 128 MB VRAM (2 MB), 667 MHz moederbord
(66 MHZ) en een 8x dvd/cd-brander (24x cd-romlezer).
Wie had dat ooit gedacht. Om maar te zwijgen van de
1,83 GHz Intelprocessor in plaats van de 233 MHz PPC.
Om maar te zwijgen van het scherm. Om maar te zwijgen
van OS X.
Van de andere
kant had ze ook gelijk. De iMac 2006 is nog steeds een
iMac die gevoelsmatig een extreme make-over heeft
gehad. Liposuctie. Borstverkleining. Botoxbehandeling.
Chemical peeling. Melkzuurinjectie. Gebitsrenovatie.
Hairweaving. Buiklift. Zonnebankkuur.
Hartlongtransplantatie. Dagelijks een uur spinnen.
Kortom, van gezellige moeke naar een slank topmodel.
Maar nog steeds hetzelfde meegaande karakter en
bereidheid je het naar de zin te maken.
En
toch lukt het me nog steeds er elke twee maanden een
column over te maken. Misschien is dat de verklaring.
Vijftig columns in acht jaar is natuurlijk weinig. Als
je het mij vraagt zelfs veel te weinig. Ik zou er
wekelijks een kunnen maken. Misschien wel dagelijks.
Elke twee maanden zit ik te jongleren met onderwerpen
en iedere keer weer vraag ik me af of ik niet beter
een van de andere tien had kunnen nemen. Want over
twee maanden (in computertijd zowat twee jaar) is de
actualiteit alweer veranderd. Zo is deze column
bijvoorbeeld niet de column die ik oorspronkelijk op
10 januari 2006 om 19.50 begon te schrijven, noch de
column die ik toen eigenlijk van plan was op papier te
zetten.
Een
dwaas kan vaak meer vragen stellen dan tien wijzen
kunnen beantwoorden. Nu wil ik mevrouw Nouws geen
dwaas - of mezelf uitzonderlijk wijs - noemen, maar ze
kreeg me een paar weken geleden wel wanhopig. Op haar
vraag hoe ze een plaatje weg kreeg dat het zicht op
haar browser op haar iBook wegnam, zei ik dat ze in de
titelbalk van het venster moest klikken en om het
daarna weg te slepen van de browser. 'Titelbalk?'
vroeg ze. 'Venster?' vroeg ze. 'Klikken?' vroeg ze.
'Slepen?' vroeg ze. 'Browser?' vroeg ze.
Nee,
mevrouw Nouws is geen dwaas, ze is Windowsgebruiker.
Op haar werk tenminste. Daar hanteert men een database
met invulvelden en met de tab spring je van veld naar
veld. Die computer op haar werk is een
werkding.
Dat verklaart
in ieder geval haar verbazing over de aanhoudende
inspiratie die mijn Mac oplevert. Voor haar is een
computer net zo interessant als een strijkijzer en een
klopboor.
Afijn,
zoals het gezegde zegt, als tien wijzen geen antwoord
weten, dan hoef ik me niet ervoor te schamen dat ik
het ook niet weet.
Leg
maar eens uit waarom in het laatste kwartaal van 2005
eenderde van alle geproduceerde iPods verkocht zijn
(14 van de 42 miljoen). Of waarom het mogelijk is een
tijdschrift geheel en al aan de iPod te wijden. Er is
nooit een WalkmanFan geweest en er zal nooit een
ZenFan komen. Of een iRiverFan.
En
leg maar eens uit waarom we elf jaar lang zijn
geïndoctrineerd met de stelling dat de PowerPC
een betere processor was dan de Pentium. Het was een
wonder dat een pc het gewoonweg deed! Al moet ik
toegeven dat ik af en toe verbijsterd toekeek hoe
vensters PATS!!! BOEM!!! openden, programma's
VROOAAMM!!! opstartten en interpagina's KLENG!!!
BANG!!! meteen verschenen. En terwijl ik het
doorprikken van de Megahertz Mythe moeiteloos
beheerste, dan nog moest ik toegeven dat het knap was
dat die achterhaalde kokende processoren van Intel en
het knip- en plakwerk van Windows in ordes van enkele
procenten achterbleven. En niet tientallen.
En dat blijkt
nu opeens onzin.
Sterker
nog, de PowerPC blijkt het kneusje van de klas, alleen
geschikt om er het motormanagement van een Porsche mee
te regelen, of een spelletjescomputer van
Microsoft.
Apple
is met mysteriën omgeven.
En
daar is het wijze en tegelijk dwaze antwoord. Daarom.
Het mysterie. De verrassingen. De irrationele
beslissingen, voor het oog en in het echt. De relatief
pijnloze transities van processoren en
besturingssystemen. De langzame metamorfose van de Mac
in een pc zonder een pc te worden.
Bij
de introductie van de PowerMac in 1994 voorspelde John
Dvorak (MacUser mei 1994) dat we binnenkort allemaal
Windows zouden gebruiken. En nu is inderdaad niets wat
je ervan weerhoudt Windows op je Mac te draaien. Maar
voor die mensen schrijf ik niet.
Op
naar de albasten column.