de macfundamentalist

MacFan 61 november-december 2005

 

 

(c) Albo Helm 2005

iRule Extreme
Was je vroeger een zonderling als je een Mac had, tegenwoordig ben je er een als je geen iPod hebt. De iPod is alomtegenwoordig. De witte snoertjes die in een jaszak verdwijnen zijn niet te negeren. In alle etalages glimlacht het Applelogo je tegemoet en als je nieuw gsm-abonnement afsluit krijg je een iPod cadeau. Nog even en ze staan bij de kassa van de benzinepomp.

Ik heb er geen. Maar voor je concludeert dat ik een zonderling ben: ik jog niet, ik zweet niet in de sportschool op mijn eigen ritme, ik hou van de geluiden van de stad als ik fiets en die van de natuur als ik skate en ik reis nog maar incidenteel met de trein. Daarbij is mijn motoriek is de laatste jaren wat zompiger geworden, waardoor er regelmatig serviesgoed sneuvelt en mijn MiniDisc walkman via de vloer naar de maan gestuiterd is. Oja, en ik heb een hekel aan hoofdtelefoons. Een iPod is dus a) niet aan me besteed en zou b) bij mij geen lang leven hebben.

Het heeft vier jaar geduurd voor de iPodgekte compleet is geworden en het muziekdoosje zich in het collectieve bewustzijn heeft gevreten. De term pod (omhulsel, container) in de naam iPod hield een belofte in en die is ingelost. Niet alleen omdat het apparaat allerlei soorten data kan bevatten, maar vooral omdat er dingen voor en mee bedacht worden waaraan in 2001 niemand had gedacht.

Volkswagen gaat bepaalde modellen uitrusten met een usb-aansluiting voor mp3-spelers en met name voor de iPod. Deze auto's hebben dan geen cd-speler meer aan boord, alleen een radio. De iPod als cd-wisselaar. Het idee is geweldig. Eindelijk verlost van die eeuwige overal doorheen ouwehoerende niet-leuke dj's. In plaats daarvan je complete cd-collectie, die van je zus en de platenbieb erbij op de shufflestand en je hebt je eigen radiostation in je auto bij je. Nog een jaar of twee en een iPod-aansluiting in een Fiat Panda is net zo gewoon als airco.

Wat me ook bevalt is de boombox, een draagbare radio waarin je een iPod kunt schuiven. Alsof je er een cassettebandje in steekt, maar dan met 300 uur muziek, in plaats van 90 minuten. Ik zie me in Portugal al zitten, in kamer 301 van pensaõ Fredemar in Sines, luisterend naar alle cantates van Bach op mijn iPod in de iJam of iBoom. Zonder hoofdtelefoon. Of autoreverse.

Onkyo levert een dock om je iPod aan te sluiten op hun stereo-installaties. Ik voorzie de problemen al op feestjes. Waar vroeger iedereen midden in een nummer de muziek afbrak om zijn eigen bandje of cd'tje te draaien, probeert straks iedereen zijn eigen iPod in het dock te rammen voor een 'echt vette, ongelogen, vorige week hield niemand op met dansen'-playlist. Brrr. (Het kan trouwens nog erger: voor je het weet sluit iemand zijn iPod aan je op tv en ben je verplicht alle 25.000 dia's van zijn laatste vakantie te bekijken.)

Dit soort docks is een overduidelijk symptoom van gekte: tenzij je je nummers op zeer hoge kwaliteit (320 Kb AAC, AIFF of WAV) bewaart, is het vreemd om een high-end installatie te kopen om er gecomprimeerde muziek op af te spelen. Wil je het nog gekker: PsiberAudio biedt voor 1.800 dollar een buizenversterker voor de iPod

Maar ja, wat is 'nog gekker' als er zoiets bestaat als de Audi-Oh. Geen vierwielaangedreven eenpersoons Duitse SUV, maar een butterfly (een clitorisvibrator) die trilt in de maat van de muziek van een aangesloten iPod. Met terugwerkende kracht zijn alle parodieën als de iBrator en iVibrator opeens voorspellingen geworden. Als je weet dat zo'n ding bestaat kun je in de trein nooit meer onbevangen naar meisjes met een iPod kijken. Vooral als ze blosjes hebben.

Goh. Kun je er twee op één iPod aansluiten?

Maar ik dwaal af.

Of eigenlijk maar een beetje.

Laten we teruggaan naar 1979, toen Sony de Walkman introduceerde. Het succes van de eerste types kwam voor een deel voort uit de dubbele hoofdtelefoonaansluiting. Voor het eerst kon je muziek letterlijk delen, zoals ik dat in de nachttrein tussen Genève en Florence ooit deed met een blonde atletische all American girl genaamd Heidi. Haar Walkman was kapot, dus ik liet haar meeluisteren op de mijne naar het Requiem van Mozart. Ik geloof dat ze me maar een idioot vond, dus na de laatste klanken trok ze onmiddellijk haar plugje uit mijn WM2; ze was zich maar al te goed bewust van de intimiteit van onze tijdelijke verbinding.

Iemand laten delen in je muziek is heel intiem. Het is in een nieuwe relatie altijd een bijzonder moment als je cd voor cd laat horen welke nummers je mooi vindt en waarom. Dat verklaart meteen waarom de iPod in korte tijd de Walkman uit het collectieve geheugen heeft gewist. Een iPod heeft de intimiteit van muziek naar een hoger plan getild. Voortaan heb je niet één bandje, of vooruit, een mápje cd's bij je, maar je hele muziekcollectie en daarmee een afbeelding van je hele leven. Maar wat een iPod nog extra geeft is vooral de mogelijkheid die intimiteit te delen. In een tijd waarin je relaties aangaat, je seksleven laat analyseren en nieuw leven baart met een tv-camera erbovenop blijkt de iPod aan te sluiten op de tijdgeest.

En op een vibrator.

Ik heb inmiddels een halve Terabyte aan bestanden om te delen, maar mijn overwegingen om mijn verzet tegen een iPod op te geven zijn hebben een praktisch duwtje nodig gehad. Op de site van ArsTechnica is gedemonstreerd dat een iPod nano de val uit een rijdende auto overleeft, zelfs als het achteropkomende verkeer er dan overheen rijdt. Het is een prettig idee dat ik na een val bij het skaten het bloed en de gebroken tanden van mijn nano kan vegen.

'Jack Nouws, anderhalve meter viel hij diep, zijn hart stond stil, maar zijn nano liep.'