de macfundamentalist

MacFan 53 juli-augustus 2004

 

 

(c) Albo Helm 2003

De iSnob

Mijn vader was een kleine zelfstandige, een brave belastingbetaler die elke maand keurig zijn btw-aangifte deed en die nooit ziek was, want als hij niet werkte verdiende hij niets. De VVD-poster die ik tijdens de verkiezingen eens ophing trok hij onmiddellijk van het raam, want het grootste deel van zijn klanten bestond uit arbeiders, zoals je in die onschuldige jaren zeventig nog gewoon kon zeggen. Ze zouden eens bij hem weglopen. De poster had ik opgehangen om me af te zetten tegen de sfeer op mijn middelbare school eind jaren zeventig, waar rode sjaaltjes een politiek statement waren en de (wie kent ze nog) PSP-. PPR-, CPN-buttons en -logo's kleding en boekentassen sierden.

Pas veel later, toen ik studeerde, ging ik me tegen mijn ouders afzetten door links te gaan stemmen en luidkeels de nivellering te verkondigen. Iedereen evenveel verdienen, iedereen gelijke kansen, alles open voor iedereen. Inmiddels ben ik niet meer zo links en in gelijke kansen voor iedereen geloof ik ook niet meer. Wel dat iedereen de kansen geboden moet worden. Maar in het besef dat de meeste mensen helemaal geen zin hebben die kansen te grijpen.

Ik heb bijvoorbeeld heel lang gedacht dat je mensen het museum in kreeg door toegangsprijzen af te schaffen, of aan het lezen kon krijgen door ze veel aan literatuur bloot te stellen. Fictie. Er is een miljoen mensen in Nederland met schrijfambities. Waarschijnlijk is dat het miljoen mensen dat regelmatig boeken leest. Literatuur, maar voornamelijk thrillers, streekromans, kinderboeken en zelfhulpboeken. En tegenover dat ene miljoen staat dan zo'n negen miljoen mensen die nooit iets anders lezen dan de ondertitels van een film, of de gebruiksaanwijzing van een diepvriespizza. De literatuurlezers zijn een minderheid van een minderheid. Het is de elite.

Aan 'elite' en 'elitair' kleeft een nare bijbetekenis, maar daar trek ik me niets meer van aan. Ik behoor bijvoorbeeld tot de culturele elite, het is niet anders. Ik ben hoogopgeleid. Ik lees twee tot drie literaire romans per maand. Ik ga minimaal eens per maand naar het filmhuis. Ik hou van klassieke muziek en oude auto's. Ik eet liever tapas dan afhaalchinees en heb smaak voor wijn ontwikkeld. Ik kijk bijna geen tv en ik zeg nooit 'Okee dan!' als ik een Hopper of een Van Gogh zie. Dus noem me elitair en ik lach je vriendelijk toe. Ik schaam me er niet voor en ik dring het niemand op. Niets zo ergerlijk als een clubje wezenlozen bij een goede film of bij een mooie expositie die daar doodongelukkig lopen te wezen. Ieder zijn meug.

Veel zaken in de maatschappij zijn overigens uit de elite neergedaald. Voetbal bijvoorbeeld, dat was oorspronkelijk een sport die in hogere kringen werd gespeeld. In de jaren zeventig werd er alleen door studenten geblowd en als er iets gedemocratiseerd is, dan is het wel blowen.

Zo is inmiddels Apple ook neergedaald uit de matglanzende aluminium toren van computergebruikers. Alleen is er nu iets interessants gebeurd. Ik behoor dit jaar precies vijften jaar bij de elite van de computergebruikers. De sushi-etende, hoogopgeleide, oog-voor-design-hebbende elite. Al die tijd heb ik rustig op mijn Mac zitten werken. Ondanks alle neerbuigende opmerkingen over aanschafprijs, vormgeving, processorsnelheid en compatibiliteit heb ik niets gemist van de ontwikkelingen en ben ik altijd even productief geweest als het andere kamp. Dat waarschijnlijk jaloers was. Want alle vernieuwingen die ik uit de eerste hand heb meegemaakt zijn nu gemeengoed geworden. Rolmenu's en muisbediening zijn dagelijkse kost. Zelfs het eerste de beste prepaid mobieltje dat je met een Bonuskaart kunt kopen heeft al aanklikbare icoontjes.

Met de iPod heeft Apple de term 'elitair' van zich afgeschud. Maar inplaats van een apparaat voor gewone mensen is de iPod voor 'snobs'. De iPod is namelijk niet de beste MP3-speler die er bestaat. De Archos Gemini 220 levert een betere geluidskwaliteit en is veelzijdiger. Maar om een of andere reden wil iedereen een iPod. Daarmee is een iPod zoiets als een apparaat van Bang & Olufssen geworden. Er zijn betere apparaten, maar die stralen niet uit dat de bezitter een goede smaak heeft en daar ook geld voor over heeft. De iPod is voor snobs. De iSnob.

Ik zou allang een iPod gekocht hebben als ik er behoefte aan had, maar het feit is dat ik mijn MiniDisc-Walkman nagenoeg nooit gebruik. Als speler gekoppeld aan mijn stereo op mijn kantoor, ja. Maar in de trein? Nee. Tijdens het skaten? Nee. De iPod als externe HD, als voicerecorder of als opslag voor digitale foto's te gebruiken is onzinnig. Er zijn handiger, adapterloze en goedkopere apparaatjes die dat voor je kunnen doen. Maar snobs hebben daar maling aan.

Het zal wel niet voor niets zijn dat de iPod pas een explosieve groei doormaakte toen hij in alle functionaliteit beschikbaar kwam voor Windows-gebruikers. Waarmee bewezen is: Apple-gebruikers behoren tot de elite. Windows-gebruikers zijn snobs.