De
iSnob
Mijn vader was een
kleine zelfstandige, een brave belastingbetaler die elke
maand keurig zijn btw-aangifte deed en die nooit ziek
was, want als hij niet werkte verdiende hij niets. De
VVD-poster die ik tijdens de verkiezingen eens ophing
trok hij onmiddellijk van het raam, want het grootste
deel van zijn klanten bestond uit arbeiders, zoals je in
die onschuldige jaren zeventig nog gewoon kon zeggen. Ze
zouden eens bij hem weglopen. De poster had ik opgehangen
om me af te zetten tegen de sfeer op mijn middelbare
school eind jaren zeventig, waar rode sjaaltjes een
politiek statement waren en de (wie kent ze nog) PSP-.
PPR-, CPN-buttons en -logo's kleding en boekentassen
sierden.
Pas veel later, toen ik
studeerde, ging ik me tegen mijn ouders afzetten door
links te gaan stemmen en luidkeels de nivellering te
verkondigen. Iedereen evenveel verdienen, iedereen
gelijke kansen, alles open voor iedereen. Inmiddels ben
ik niet meer zo links en in gelijke kansen voor iedereen
geloof ik ook niet meer. Wel dat iedereen de kansen
geboden moet worden. Maar in het besef dat de meeste
mensen helemaal geen zin hebben die kansen te
grijpen.
Ik heb bijvoorbeeld
heel lang gedacht dat je mensen het museum in kreeg door
toegangsprijzen af te schaffen, of aan het lezen kon
krijgen door ze veel aan literatuur bloot te stellen.
Fictie. Er is een miljoen mensen in Nederland met
schrijfambities. Waarschijnlijk is dat het miljoen mensen
dat regelmatig boeken leest. Literatuur, maar
voornamelijk thrillers, streekromans, kinderboeken en
zelfhulpboeken. En tegenover dat ene miljoen staat dan
zo'n negen miljoen mensen die nooit iets anders lezen dan
de ondertitels van een film, of de gebruiksaanwijzing van
een diepvriespizza. De literatuurlezers zijn een
minderheid van een minderheid. Het is de elite.
Aan 'elite' en
'elitair' kleeft een nare bijbetekenis, maar daar trek ik
me niets meer van aan. Ik behoor bijvoorbeeld tot de
culturele elite, het is niet anders. Ik ben hoogopgeleid.
Ik lees twee tot drie literaire romans per maand. Ik ga
minimaal eens per maand naar het filmhuis. Ik hou van
klassieke muziek en oude auto's. Ik eet liever tapas dan
afhaalchinees en heb smaak voor wijn ontwikkeld. Ik kijk
bijna geen tv en ik zeg nooit 'Okee dan!' als ik een
Hopper of een Van Gogh zie. Dus noem me elitair en ik
lach je vriendelijk toe. Ik schaam me er niet voor en ik
dring het niemand op. Niets zo ergerlijk als een clubje
wezenlozen bij een goede film of bij een mooie expositie
die daar doodongelukkig lopen te wezen. Ieder zijn
meug.
Veel zaken in de
maatschappij zijn overigens uit de elite neergedaald.
Voetbal bijvoorbeeld, dat was oorspronkelijk een sport
die in hogere kringen werd gespeeld. In de jaren zeventig
werd er alleen door studenten geblowd en als er iets
gedemocratiseerd is, dan is het wel blowen.
Zo is inmiddels Apple
ook neergedaald uit de matglanzende aluminium toren van
computergebruikers. Alleen is er nu iets interessants
gebeurd. Ik behoor dit jaar precies vijften jaar bij de
elite van de computergebruikers. De sushi-etende,
hoogopgeleide, oog-voor-design-hebbende elite. Al die
tijd heb ik rustig op mijn Mac zitten werken. Ondanks
alle neerbuigende opmerkingen over aanschafprijs,
vormgeving, processorsnelheid en compatibiliteit heb ik
niets gemist van de ontwikkelingen en ben ik altijd even
productief geweest als het andere kamp. Dat
waarschijnlijk jaloers was. Want alle vernieuwingen die
ik uit de eerste hand heb meegemaakt zijn nu gemeengoed
geworden. Rolmenu's en muisbediening zijn dagelijkse
kost. Zelfs het eerste de beste prepaid mobieltje dat je
met een Bonuskaart kunt kopen heeft al aanklikbare
icoontjes.
Met de iPod heeft Apple
de term 'elitair' van zich afgeschud. Maar inplaats van
een apparaat voor gewone mensen is de iPod voor 'snobs'.
De iPod is namelijk niet de beste MP3-speler die er
bestaat. De Archos Gemini 220 levert een betere
geluidskwaliteit en is veelzijdiger. Maar om een of
andere reden wil iedereen een iPod. Daarmee is een iPod
zoiets als een apparaat van Bang & Olufssen geworden.
Er zijn betere apparaten, maar die stralen niet uit dat
de bezitter een goede smaak heeft en daar ook geld voor
over heeft. De iPod is voor snobs. De iSnob.
Ik zou allang een iPod
gekocht hebben als ik er behoefte aan had, maar het feit
is dat ik mijn MiniDisc-Walkman nagenoeg nooit gebruik.
Als speler gekoppeld aan mijn stereo op mijn kantoor, ja.
Maar in de trein? Nee. Tijdens het skaten? Nee. De iPod
als externe HD, als voicerecorder of als opslag voor
digitale foto's te gebruiken is onzinnig. Er zijn
handiger, adapterloze en goedkopere apparaatjes die dat
voor je kunnen doen. Maar snobs hebben daar maling aan.
Het zal wel niet voor
niets zijn dat de iPod pas een explosieve groei
doormaakte toen hij in alle functionaliteit beschikbaar
kwam voor Windows-gebruikers. Waarmee bewezen is:
Apple-gebruikers behoren tot de elite. Windows-gebruikers
zijn snobs.