Invasion of
the iPods
Ik ben opgegroeid in
Brabant, tegen de Belgische grens. De ontvangst van de
Belgische tv, de BRT zoals die toen nog heette, was soms
beter dan die van de Nederlandse zenders. En er was elke
zaterdagmiddag om vier uur een speelfilm. Zoals Invasion
of the Bodysnatchers, een science-fiction film waarin
mensen vervangen worden door exacte kopieën die in
enorme buitenaardse peulen of coconnen groeien, of zoals
ze in het Engels zeggen: 'pods'.
Bij de introductie van
de iPod in oktober 2001 is er veel gefilosofeerd over de
betekenis van het woord, in relatie tot de functie en
(mogelijke) capaciteiten van het apparaat. Een pod kan
behalve een peul of een cocon zijn: een eierkoker (geen
apparaat maar een lichaamsdeel van een sprinkhaan), een
houder voor brandstof (die onder een vleugel hangt), een
voorstuwingseenheid (voor een ruimtevaartuig), een
afzonderlijke cabine (voor instrumenten of personeel) of
een school (van grote zeezoogdieren). Analisten zagen de
MP3-speler annex externe harde schijf als de eerste
incarnatie van een multifunctioneel multimedia-apparaat,
of beter: als een hoge hoed waar onvermoed veel konijnen
uit konden komen. Ik moest aan Invasion of the
Bodysnatchers denken.
Elk iPod is een cocon
vol Mac-liefde, een voortstuwingseenheid op weg naar de
totale Mac-heerschappij. Met de miljoenen worden de iPods
over de wereld verspreid. Een op de drie MP3-spelers is
een iPod. iPod-gebruikers scholen samen op mailinglijsten
en websites, ze herkennen elkaar van verre, door de witte
hoofdtelefoons. Wat Apple met de Macintosh in vijftien
jaar niet voor elkaar kreeg, lukte met de iPod in
anderhalf jaar met het gebruiksvriendelijke zaad van
iTunes: Windowsgebruikers kwijlend in verleiding brengen.
De buzz eromheen gaat maar niet over: vreemde connectoren
die verschijnen en weer verdwijnen, onverwachte functies
die plotseling vanachter geheime toetscombinaties
opdoemen. Het geeft de iPod een aura van
geheimzinnigheid, de voortdurende opwinding van nog in te
lossen beloften.
Na de introductie van
de iPod was de iTunes Music Store een bijna logische
volgende stap en inmiddels gaan er ook geruchten dat er
een iMovie Video Store gaat komen. Het zou me niet
verbazen als Apple voor die tijd met een videorecorder
annex externe harddisk komt. Als je fotoalbums verkoopt
kan dit er ook nog wel bij.
Handig allemaal, zo'n
online platenzaak en videotheek, vooral als je een .Mac
abonnement hebt, maar langzaam begint het idee me te
benauwen. Ik voel me ingesponnen in een web van Apple
ID's, .Mac accounts en creditcardnummers,
één grote blije Teletubbiewereld die me in
breedband opzuigt met pulserende iconen en iTunes'
hypnotiserende draaikolken voor ik QuickTime kan zeggen.
Een Apple-logo op mijn album met trouwfoto's, een
Apple-logo op mijn zelfgebrande DVD, een rekening met
Apple-logo voor het downloaden van 34 lievelingsnummer
('andere klanten die deze nummers bestelden kochten ook
nummers van deze artiesten:...'). Ik ben trouw aan Apple,
maar ik hoef er niet mee te trouwen.
Met de iPod is Apple
een heel andere kant opgegaan: de softwarekant wordt
belangrijker en belangrijker. Bij de presentatie van de
Macintosh wist Steve Jobs Microsoft ervan te overtuigen
software voor de Mac te gaan schrijven en het was
Pagemaker dat in 1985 de Mac voorgoed op de kaart
zette.
Wie maakt er
mega-omzetten met megawinstmarges tot tachtig procent in
de computerwereld? Software-leverancier Microsoft. Wie
verdienen er maximaal vijf procent aan hun producten?
Computerbouwers.
Software, software,
software. Muziek, film, tekst, het is allemaal
interessanter dan het apparaat. Je kunt het vergelijken
met de ontwikkeling bij inktjetprinters. Je koopt het
apparaat tegen of onder de kostprijs en geeft daarna
kapitalen uit aan inktpatronen (inkt voor een HP 3320
kost 16 euro voor 8 milliliter, maakt tweeduizend euro
per liter, ex btw). En je zult het zien: tegen de tijd
dat de hele wereld kan inloggen bij de iTunes Music
Store, Windowsgebruikers incluis, om voor 99 cent muziek
te kopen, koop je voor 99 euro een iPod. En je krijgt hem
cadeau bij je iCam, je iBook of je iMac. Na registratie
van je gegevens ('met uw gegevens wordt vertrouwelijk
omgegaan, inzage door derden is niet toegestaan', maar
wat maakt het uit, Apple heeft dan overal een dikke
vinger in, er bestaan geen 'derden' meer).
Apple als spin in de
amusementsindustrie, ik ga er vanzelf dat drakerige
Queen-nummer van neuriën, I Want to Break
Free.
Met de terugkeer van
Steve Jobs in 1996, na een afwezigheid van 11 jaar, wist
iedereen dat Apple een nieuwe koers ging varen. Dat het
deze kant op zou gaan had niemand verwacht. Zelfs niet
van Steve. Je zou bijna eens in de garage bij zijn ouders
willen kijken of daar geen afgeworpen cocon
ligt.