de macfundamentalist

MacFan september-oktober 2003

 

 

(c) Albo Helm 2003

Invasion of the iPods

Ik ben opgegroeid in Brabant, tegen de Belgische grens. De ontvangst van de Belgische tv, de BRT zoals die toen nog heette, was soms beter dan die van de Nederlandse zenders. En er was elke zaterdagmiddag om vier uur een speelfilm. Zoals Invasion of the Bodysnatchers, een science-fiction film waarin mensen vervangen worden door exacte kopieën die in enorme buitenaardse peulen of coconnen groeien, of zoals ze in het Engels zeggen: 'pods'.

Bij de introductie van de iPod in oktober 2001 is er veel gefilosofeerd over de betekenis van het woord, in relatie tot de functie en (mogelijke) capaciteiten van het apparaat. Een pod kan behalve een peul of een cocon zijn: een eierkoker (geen apparaat maar een lichaamsdeel van een sprinkhaan), een houder voor brandstof (die onder een vleugel hangt), een voorstuwingseenheid (voor een ruimtevaartuig), een afzonderlijke cabine (voor instrumenten of personeel) of een school (van grote zeezoogdieren). Analisten zagen de MP3-speler annex externe harde schijf als de eerste incarnatie van een multifunctioneel multimedia-apparaat, of beter: als een hoge hoed waar onvermoed veel konijnen uit konden komen. Ik moest aan Invasion of the Bodysnatchers denken.

Elk iPod is een cocon vol Mac-liefde, een voortstuwingseenheid op weg naar de totale Mac-heerschappij. Met de miljoenen worden de iPods over de wereld verspreid. Een op de drie MP3-spelers is een iPod. iPod-gebruikers scholen samen op mailinglijsten en websites, ze herkennen elkaar van verre, door de witte hoofdtelefoons. Wat Apple met de Macintosh in vijftien jaar niet voor elkaar kreeg, lukte met de iPod in anderhalf jaar met het gebruiksvriendelijke zaad van iTunes: Windowsgebruikers kwijlend in verleiding brengen. De buzz eromheen gaat maar niet over: vreemde connectoren die verschijnen en weer verdwijnen, onverwachte functies die plotseling vanachter geheime toetscombinaties opdoemen. Het geeft de iPod een aura van geheimzinnigheid, de voortdurende opwinding van nog in te lossen beloften.

Na de introductie van de iPod was de iTunes Music Store een bijna logische volgende stap en inmiddels gaan er ook geruchten dat er een iMovie Video Store gaat komen. Het zou me niet verbazen als Apple voor die tijd met een videorecorder annex externe harddisk komt. Als je fotoalbums verkoopt kan dit er ook nog wel bij.

Handig allemaal, zo'n online platenzaak en videotheek, vooral als je een .Mac abonnement hebt, maar langzaam begint het idee me te benauwen. Ik voel me ingesponnen in een web van Apple ID's, .Mac accounts en creditcardnummers, één grote blije Teletubbiewereld die me in breedband opzuigt met pulserende iconen en iTunes' hypnotiserende draaikolken voor ik QuickTime kan zeggen. Een Apple-logo op mijn album met trouwfoto's, een Apple-logo op mijn zelfgebrande DVD, een rekening met Apple-logo voor het downloaden van 34 lievelingsnummer ('andere klanten die deze nummers bestelden kochten ook nummers van deze artiesten:...'). Ik ben trouw aan Apple, maar ik hoef er niet mee te trouwen.

Met de iPod is Apple een heel andere kant opgegaan: de softwarekant wordt belangrijker en belangrijker. Bij de presentatie van de Macintosh wist Steve Jobs Microsoft ervan te overtuigen software voor de Mac te gaan schrijven en het was Pagemaker dat in 1985 de Mac voorgoed op de kaart zette.

Wie maakt er mega-omzetten met megawinstmarges tot tachtig procent in de computerwereld? Software-leverancier Microsoft. Wie verdienen er maximaal vijf procent aan hun producten? Computerbouwers.

Software, software, software. Muziek, film, tekst, het is allemaal interessanter dan het apparaat. Je kunt het vergelijken met de ontwikkeling bij inktjetprinters. Je koopt het apparaat tegen of onder de kostprijs en geeft daarna kapitalen uit aan inktpatronen (inkt voor een HP 3320 kost 16 euro voor 8 milliliter, maakt tweeduizend euro per liter, ex btw). En je zult het zien: tegen de tijd dat de hele wereld kan inloggen bij de iTunes Music Store, Windowsgebruikers incluis, om voor 99 cent muziek te kopen, koop je voor 99 euro een iPod. En je krijgt hem cadeau bij je iCam, je iBook of je iMac. Na registratie van je gegevens ('met uw gegevens wordt vertrouwelijk omgegaan, inzage door derden is niet toegestaan', maar wat maakt het uit, Apple heeft dan overal een dikke vinger in, er bestaan geen 'derden' meer).

Apple als spin in de amusementsindustrie, ik ga er vanzelf dat drakerige Queen-nummer van neuriën, I Want to Break Free.

Met de terugkeer van Steve Jobs in 1996, na een afwezigheid van 11 jaar, wist iedereen dat Apple een nieuwe koers ging varen. Dat het deze kant op zou gaan had niemand verwacht. Zelfs niet van Steve. Je zou bijna eens in de garage bij zijn ouders willen kijken of daar geen afgeworpen cocon ligt.