Wat voor
computer zou Van Gogh gebruiken?
Het zal je dit jaar
niet ontgaan: het is 150 jaar geleden dat Vincent van
Gogh in Zundert werd geboren. Van 30 maart (zijn
geboortedag) tot en met 29 juli (zijn sterfdag) wordt het
leven van deze schilder herdacht. Er is niemand die zo'n
grote naambekendheid heeft als hij. Dat komt onder andere
door een geniale marketingtruuk van zijn schoonzus Jo
Bonger, die na zijn dood het oeuvre in gedeeltes aan
musea over de hele wereld verkocht. Tot in São
Paolo hangen zijn schilderijen. Het komt ook door zijn
brieven, die zij na zijn dood redigeerde en publiceerde.
Er is nu geen enkele schilder van wie we zoveel
weten.
Vreemd genoeg blijkt de
kennis bij de meeste mensen oppervlakkig: het afgesneden
oor, de mislukte liefdes, dat ene verkochte schilderij,
de zelfmoord in een veld met kraaien. Het beeld van de
gekwelde kunstenaar die moet lijden is sterker dan dat
van de gedreven kunstenaar die belezen was en gebaad in
werken uit de wereldkunst, die verstand had van
kleurtheorieën en liever droog brood at dan een tube
verf minder kocht.
Je kunt zeggen dat er
een reality distortion field om hem heen hangt, 'een
bijzondere aantrekkingskracht, hetzij eigen aan, hetzij
veroorzaakt door bekoring, enthousiasme, of
overtuigingskracht, die het zicht op de werkelijkheid
vertroebelt'. De term is voor Steve Jobs bedacht, maar
doet het goed op Vincent van Gogh.
In de VS heeft een stel
religieuze milieubeschermers dat de strijd aanbond tegen
benzineslurpende SUV's de vraag gesteld in
welke auto Jezus gereden zou hebben, als hij auto gereden
kon hebben. Op
de retorische vraag kwamen hilarische antwoorden. Jezus
kon vliegen, dus een Batmobile. Of: Jezus had twaalf
apostelen, dus een busje. Toppunt van Amerikaanse zwarte
humor was het antwoord op de wedervraag waarin Mohammed
zich dan zou vervoeren: een gekaapte Boeing.
Terwijl ik de
antwoorden bekeek, vroeg ik me af wat voor computer
Vincent van Gogh gebruikt zou hebben als hij een computer
gebruikt zou hebben.
Van Gogh verhuisde in
zijn leven zo'n 26 keer. Van Zundert naar Zevenbergen,
naar Tilburg, naar Zundert, naar Den Haag, naar London,
naar Parijs, terug naar Londen, naar Etten-Leur. Van
Etten-Leur naar Dordrecht, naar Amsterdam, naar Brussel,
naar de Borinage, via Brussel terug naar Etten-Leur.
Vandaar naar Den Haag, Hoogeveen,
Veenoord/Nieuw-Amsterdam, Nuenen, Antwerpen, Parijs,
Arles. Van Arles naar Saint-Rémy-de-Provence, naar
Parijs en vandaar naar Auvers-sur-Oise. Dat vraagt niet
om een minitower, maar om een laptop.
Had hij die wel kunnen
betalen? Hij was toch straatarm? Ja en nee. Hij liep er
inderdaad bij als een landloper en zijn tanden vielen uit
van het vitaminegebrek, maar ondertussen gaf hij bakken
met geld uit aan schildersmateriaal en aan modellen.
Nadat vader Van Gogh en Vincent ruzie hadden gekregen en
Vincent naar Den Haag vertrok, begon zijn jongere broer
Theo geld naar Vincent te sturen. Genoeg om een heel
gezin ruim te onderhouden. Kortom, Vincent had geld
genoeg gehad voor de duurst mogelijke laptop: met een 17"
scherm, een DVD-brander, een 7200 RPM 80 GB harde schijf
en 1 GB RAM.
Maar had Vincent wel
een computer willen hebben? Ik denk het wel. Hij was erg
gedreven. In de negentiende eeuw was de tijd wel voorbij
dat schilders zelf hun verf moesten maken; er bleef nog
genoeg handwerk over om onder knie te krijgen. In Den
Haag experimenteerde hij met diverse technieken. Theo en
de bevriende kunsthandelaar Tersteeg (ook Vincents
oud-werkgever) drongen bij hem aan om aquarellen te gaan
maken, die in die tijd goed verkochten. Vincent bleef
erbij dat hij eerst de basisprincipes onder de knie moest
hebben. Dus hij tekende. Met van alles, potlood,
houtskool, krijt, gewassen inkt. Later, in Nuenen, toen
hij kennismaakte met de kleurtheorieën van
Delacroix, begon hij met kleuren te experimenteren. In
Parijs maakt hij kennis met het Impressionisme, dat hem
sterk beïnvloedde. Zijn voortdurende honger naar
kennis, naar materiaal en vernieuwing hadden hem doen
snakken naar het nieuwste van het nieuwste en het beste
van het beste.
Kortom; Van Gogh zou
door het leven gereisd hebben met een 17" PowerBook op 1
GHz snelheid. Met Theo had hij ruzie gemaakt omdat hij
eerst PhotoShop, Illustrator, Painter en InDesign onder
de knie had willen krijgen voor hij met Flash begon.
Waarschijnlijk zou hij verhitte discussies hebben gehad
met Paul Gauguin (pc van de Aldi) in het bordeel over de
voordelen van OS X boven XP. In Drenthe zou hij
gefrustreerd zijn geraakt omdat hij daar nergens een
extra batterij kon kopen, of lege DVD-r's (de winkels
hadden alleen CD-r's), terwijl de kunsthandels later erop
stonden dat hij zijn werk als JPG aanleverde, terwijl hij
alleen TIFF's maakte.
Voor zijn weg naar de
beroemdheid zou het weinig uitgemaakt hebben. De techniek
zou hij snel onder de knie hebben gekregen (alles gaat
immers gemakkelijker op een Mac), maar weinig mensen
zouden begrijpen wat hij met zijn Flash-animaties en
zelfgeschreven PhotoShop plug-ins had willen uitdrukken.
Na zijn zelfmoord zou zijn PowerBook met barstenvolle
harde schijf op een zolder gevonden worden. Jo van
Gogh-Bonger zou een eerste website bouwen met zijn werk,
die alleen door een paar kunstliefhebbers zouden worden
gebookmarkt. Maar langzaam zouden er meer en meer
hyperlinks verschijnen, terwijl her der mensen met
DVD-R's tevoorschijn kwamen die jaren als onderzetter
waren gebruikt, of als vogelschrik in een boom hadden
gehangen. Af en toe werd er een server gevonden met een
back-up van een e mail van moeder Van Gogh aan haar
zoon.
En tenslotte zou er in
Amsterdam een museum komen met daarin de PowerBook waarop
Van Gogh zijn digitale schilderijen maakte. Uit de hele
wereld kwamen dan mensen, vooral Japanners (die Van Goghs
fascinatie voor mooi vormgegeven gadgets bewonderden), om
met hun iPod in te loggen en een harde schijf vol lo-res
kopieën mee naar huis te nemen, het zicht op de
werkelijkheid enigszins vertroebeld.