de macfundamentalist

MacFan juli-augustus 2003

 

 

(c) Albo Helm 2003

Wat voor computer zou Van Gogh gebruiken?

Het zal je dit jaar niet ontgaan: het is 150 jaar geleden dat Vincent van Gogh in Zundert werd geboren. Van 30 maart (zijn geboortedag) tot en met 29 juli (zijn sterfdag) wordt het leven van deze schilder herdacht. Er is niemand die zo'n grote naambekendheid heeft als hij. Dat komt onder andere door een geniale marketingtruuk van zijn schoonzus Jo Bonger, die na zijn dood het oeuvre in gedeeltes aan musea over de hele wereld verkocht. Tot in São Paolo hangen zijn schilderijen. Het komt ook door zijn brieven, die zij na zijn dood redigeerde en publiceerde. Er is nu geen enkele schilder van wie we zoveel weten.

Vreemd genoeg blijkt de kennis bij de meeste mensen oppervlakkig: het afgesneden oor, de mislukte liefdes, dat ene verkochte schilderij, de zelfmoord in een veld met kraaien. Het beeld van de gekwelde kunstenaar die moet lijden is sterker dan dat van de gedreven kunstenaar die belezen was en gebaad in werken uit de wereldkunst, die verstand had van kleurtheorieën en liever droog brood at dan een tube verf minder kocht.

Je kunt zeggen dat er een reality distortion field om hem heen hangt, 'een bijzondere aantrekkingskracht, hetzij eigen aan, hetzij veroorzaakt door bekoring, enthousiasme, of overtuigingskracht, die het zicht op de werkelijkheid vertroebelt'. De term is voor Steve Jobs bedacht, maar doet het goed op Vincent van Gogh.

In de VS heeft een stel religieuze milieubeschermers dat de strijd aanbond tegen benzineslurpende SUV's de vraag gesteld in welke auto Jezus gereden zou hebben, als hij auto gereden kon hebben. Op de retorische vraag kwamen hilarische antwoorden. Jezus kon vliegen, dus een Batmobile. Of: Jezus had twaalf apostelen, dus een busje. Toppunt van Amerikaanse zwarte humor was het antwoord op de wedervraag waarin Mohammed zich dan zou vervoeren: een gekaapte Boeing.

Terwijl ik de antwoorden bekeek, vroeg ik me af wat voor computer Vincent van Gogh gebruikt zou hebben als hij een computer gebruikt zou hebben.

Van Gogh verhuisde in zijn leven zo'n 26 keer. Van Zundert naar Zevenbergen, naar Tilburg, naar Zundert, naar Den Haag, naar London, naar Parijs, terug naar Londen, naar Etten-Leur. Van Etten-Leur naar Dordrecht, naar Amsterdam, naar Brussel, naar de Borinage, via Brussel terug naar Etten-Leur. Vandaar naar Den Haag, Hoogeveen, Veenoord/Nieuw-Amsterdam, Nuenen, Antwerpen, Parijs, Arles. Van Arles naar Saint-Rémy-de-Provence, naar Parijs en vandaar naar Auvers-sur-Oise. Dat vraagt niet om een minitower, maar om een laptop.

Had hij die wel kunnen betalen? Hij was toch straatarm? Ja en nee. Hij liep er inderdaad bij als een landloper en zijn tanden vielen uit van het vitaminegebrek, maar ondertussen gaf hij bakken met geld uit aan schildersmateriaal en aan modellen. Nadat vader Van Gogh en Vincent ruzie hadden gekregen en Vincent naar Den Haag vertrok, begon zijn jongere broer Theo geld naar Vincent te sturen. Genoeg om een heel gezin ruim te onderhouden. Kortom, Vincent had geld genoeg gehad voor de duurst mogelijke laptop: met een 17" scherm, een DVD-brander, een 7200 RPM 80 GB harde schijf en 1 GB RAM.

Maar had Vincent wel een computer willen hebben? Ik denk het wel. Hij was erg gedreven. In de negentiende eeuw was de tijd wel voorbij dat schilders zelf hun verf moesten maken; er bleef nog genoeg handwerk over om onder knie te krijgen. In Den Haag experimenteerde hij met diverse technieken. Theo en de bevriende kunsthandelaar Tersteeg (ook Vincents oud-werkgever) drongen bij hem aan om aquarellen te gaan maken, die in die tijd goed verkochten. Vincent bleef erbij dat hij eerst de basisprincipes onder de knie moest hebben. Dus hij tekende. Met van alles, potlood, houtskool, krijt, gewassen inkt. Later, in Nuenen, toen hij kennismaakte met de kleurtheorieën van Delacroix, begon hij met kleuren te experimenteren. In Parijs maakt hij kennis met het Impressionisme, dat hem sterk beïnvloedde. Zijn voortdurende honger naar kennis, naar materiaal en vernieuwing hadden hem doen snakken naar het nieuwste van het nieuwste en het beste van het beste.

Kortom; Van Gogh zou door het leven gereisd hebben met een 17" PowerBook op 1 GHz snelheid. Met Theo had hij ruzie gemaakt omdat hij eerst PhotoShop, Illustrator, Painter en InDesign onder de knie had willen krijgen voor hij met Flash begon. Waarschijnlijk zou hij verhitte discussies hebben gehad met Paul Gauguin (pc van de Aldi) in het bordeel over de voordelen van OS X boven XP. In Drenthe zou hij gefrustreerd zijn geraakt omdat hij daar nergens een extra batterij kon kopen, of lege DVD-r's (de winkels hadden alleen CD-r's), terwijl de kunsthandels later erop stonden dat hij zijn werk als JPG aanleverde, terwijl hij alleen TIFF's maakte.

Voor zijn weg naar de beroemdheid zou het weinig uitgemaakt hebben. De techniek zou hij snel onder de knie hebben gekregen (alles gaat immers gemakkelijker op een Mac), maar weinig mensen zouden begrijpen wat hij met zijn Flash-animaties en zelfgeschreven PhotoShop plug-ins had willen uitdrukken. Na zijn zelfmoord zou zijn PowerBook met barstenvolle harde schijf op een zolder gevonden worden. Jo van Gogh-Bonger zou een eerste website bouwen met zijn werk, die alleen door een paar kunstliefhebbers zouden worden gebookmarkt. Maar langzaam zouden er meer en meer hyperlinks verschijnen, terwijl her der mensen met DVD-R's tevoorschijn kwamen die jaren als onderzetter waren gebruikt, of als vogelschrik in een boom hadden gehangen. Af en toe werd er een server gevonden met een back-up van een e mail van moeder Van Gogh aan haar zoon.

En tenslotte zou er in Amsterdam een museum komen met daarin de PowerBook waarop Van Gogh zijn digitale schilderijen maakte. Uit de hele wereld kwamen dan mensen, vooral Japanners (die Van Goghs fascinatie voor mooi vormgegeven gadgets bewonderden), om met hun iPod in te loggen en een harde schijf vol lo-res kopieën mee naar huis te nemen, het zicht op de werkelijkheid enigszins vertroebeld.